Een succesvolle pilot is niet zomaar te kopiëren
In de podcast Zorgen voor de Zorg spreekt minister Sophie Hermans over een herkenbare opgave. Hoe houden we de zorg toegankelijk als de vraag toeneemt, personeel schaars is en de kosten oplopen? Innovatie, AI en zorgtechnologie kunnen daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Maar in het gesprek wordt misschien een nog belangrijkere vraag gesteld: waarom lukt het ons zo vaak wel om te experimenteren, maar veel minder goed om succesvolle innovaties duurzaam te adopteren en op te schalen? Die vraag herkennen we vanuit ons onderzoek en onze samenwerking met zorgorganisaties in Noord-Nederland.
Tegelijkertijd zit precies in het woord opschalen een risico. Het suggereert al snel dat we na een succesvolle pilot vooral méér moeten doen: meer organisaties, meer gebruikers, meer tempo. De praktijk is ingewikkelder. Een innovatie die ergens werkt, kun je niet simpelweg kopiëren naar de volgende organisatie.
Van innovatiekracht naar implementatiekracht
Een nieuwe technologie verandert vaak werkprocessen, rollen en verantwoordelijkheden. Professionals moeten er niet alleen technisch mee kunnen werken, maar ook ervaren welk probleem ermee wordt opgelost en welke waarde de verandering heeft voor cliënten én voor hun eigen werk. Teams moeten ruimte krijgen om te leren en aan te passen. Leidinggevenden moeten richting geven en keuzes maken. En organisaties moeten zorgen voor tijd, middelen, ondersteuning en borging. Dat is geen lineair uitrolvraagstuk. Dat is organisatieverandering. Daarom zouden we naast innovatie misschien veel nadrukkelijker moeten spreken over implementatiekracht: het vermogen van organisaties om steeds opnieuw passende innovaties te selecteren, ze samen met professionals en cliënten in te passen in de eigen context, te leren wat wel en niet werkt en succesvolle veranderingen uiteindelijk onderdeel te maken van het dagelijks handelen.
Ook kennisinstellingen hebben iets anders te doen
Dat vraagt ook iets anders van kennisinstellingen. Niet alleen onderzoeken óf een innovatie werkt, maar samen met de praktijk onderzoeken hoe, voor wie en onder welke omstandigheden zij waarde oplevert en wat nodig is om die waarde duurzaam te realiseren en te transfereren naar andere organisaties. In Noord-Nederland proberen we daar onder andere invulling aan te geven door organisaties niet alleen rond afzonderlijke innovaties te ondersteunen, maar ook van en met elkaar te laten leren over innovatie- en implementatievermogen. Een tastbaar voorbeeld is Innovatiekracht XXL en ons onderzoek gericht op Innovation Readiness.
Niet technologie, maar de zorgvraag als vertrekpunt
En misschien moeten we nog één stap verder gaan. De eerste vraag zou niet moeten zijn: welke technologie kunnen we inzetten om met minder mensen dezelfde zorg te blijven leveren? De eerste vraag is: welke zorg en ondersteuning willen en moeten we in de toekomst organiseren? Soms betekent dat technologie inzetten. Soms betekent het werk anders organiseren. En soms betekent het juist voorkomen dat iets professionele zorg wordt. Dat sluit aan bij een belangrijk punt aan het einde van de podcast: niet iedere levensvraag vraagt om een medisch antwoord. Dat betekent dus ook dat technologie niet altijd meteen gezien moet worden als dè oplossing voor de uitdagingen waar de zorg voor staat. Beperkte implementatie en adoptie ervan is dus niet per definitie problematisch, enkel als het raakt aan die basisvraag.
Technologie kan een belangrijke bijdrage leveren aan toekomstbestendige zorg. Maar technologie opschalen zonder tegelijkertijd te investeren in het verandervermogen van professionals, teams en organisaties is onvoldoende. De echte opschalingsopgave is daarom misschien niet: hoe krijgen we innovaties sneller de zorg in? Maar: hoe zorgen we dat zorgorganisaties steeds beter worden in veranderen?